Seyss-Inquart bood in juli 1940 een alternatief voor de beroepsmilitairen uit het gedemobiliseerde Nederlandse leger: de Nederlandsche Opbouwdienst. De Opbouwdienst was in opzet een 'niet-politieke' organisatie, die ondermeer kon worden ingezet op plaatsen waar oorlogsschade hersteld moest worden. Reeds in oktober 1940 werden voorbereidingen getroffen om de Opbouwdienst om te vormen tot de Nederlandsche Arbeidsdienst (NAD). Deze organisatie vertoonde sterke overeenkomsten met de Duitse Reichsarbeitsdienst. In december van dat jaar volgden de eerste kaderleden een opleiding en een maand later konden de eerste zich aanmelden. Op 23 mei 1941 werd de NAD officieel opgericht. Aanvankelijk nam de bezetter genoegen met vrijwilligers. Maar vanaf 1942 werden bepaalde categorie├źn verplicht opgeroepen. In 1943 moest zelfs een gehele jaarlichting (1925) eraan geloven. Spoedig raakte de Arbeidsdienst steeds meer onder Duitse invloed. Vast onderdeel was het onderricht in de nationaal-socialistische gedachte en voorts kreeg de opleiding een sterk militair karakter. Naarmate de strijd tegen Rusland de Duitsers steeds grotere inspanningen kostte, werd de pressie op de NAD'ers om als 'vrijwilliger' naar het Oostfront te vertrekken, groter. Direct na Dolle Dinsdag, in september 1944, werd de Arbeidsdienst ontbonden. De leden werden ondergebracht in de Reichsarbeitsdienst en hoofdzakelijk ingezet bij het aanleggen van verdedigingswerken in het noorden van het land. (Uit: Nederland en de Tweede Wereloorlog, Deel 11 "Tot samenwerking bereid")

Copyright ┬ę 2017 internetbedrijf Soldesign