Uitgeverij De Amsterdamsche Keurkamer

De Amsterdamsche Keurkamer, eigendom van schrijver-dichter George Kettmann Jr. en zijn eveneens schrijvende vrouw Margot Warnsinck, was de eerste uitgeverij met een uitgesproken nationaal-socialistische doelstelling in de Nederlandse boekenbranche.

Begonnen in 1932 hoopte Kettmann met zijn onderneming 'het nationaal-socialisme als cultuurstrooming mede op te vangen en te verbreiden, zowel in uitgaven met uitgesproken fascistische strekking als werk van letterkundige waarde'.
Kettmann was een talentvolle duizendpoot met een ongebreidelde energie, die zijn bedrijf voor mei 1940 ternauwernood boven water wist te houden. Maar in diezelfde periode bleek hij in staat een respectabel aantal kenmerkende bruine publicaties af te leveren, met name op cultureel gebied.
Kettmann haalde enkele dichters met een zekere naam en faam binnen zijn uitgeverij zoals Martien Beversluis, Wies Moens, Johan Theunisz en Henri Bruning. Daarnaast opende hij de deur voor een aantal debutanten, onder wie George de Sévooy, Rob Delsing en Steven Barends. Zelf gaf Kettmann de toon aan voor een nationaal-socialistische poëzie met zijn dichtbundel De jonge leeuw uit 1935. Een jaar later presenteerde hij een groep 'Dietse' dichters in de bloemlezing Ochtend-appel.

Tijdens de bezetting breidde hij uitgave van het aantal dichtbundels fors uit. In 1944 volgde wederom een bloemlezing, Gelaat der dichters met een inleiding van Henri Bruning. Tot het einde toe bleef de poëzie een aanzienlijk segment uitmaken van Kettmanns uitgeversfonds. Op het laatst begon De Keurkamer zelfs nog de reeks 'Voorteekens' waarin een zestal dichtbundels nog het licht zagen. Ook probeerde Kettmann proza in de nieuwe geest uit te geven, zoals met de Dietsche-tuin-reeks. Later volgden Van den vos Reynaerde van Robert van Genechten, de Jordaan-romans van G.P. Smis en ook Johan Theunisz probeerde onder pseudoniem Hans-Erik Clausen een heuse bloed-en-bodem-roman te schrijven, De beroemde joshua Benedict.

Naast oorspronkelijk werk gaf De Keurkamer vertaalde Duitse romans uit van bekendere auteurs als Hans FaIlada, Will Vesper en HarnIs Johst. Gelet op het aantal herdrukken prefereerde het publiek kennelijk andere boeken als Ludwig Tügels Peerdemuziek (tweemaal herdrukt). Josef Sebastian Schalls Suez (twee drukken), of Christoph Ganters De roode lotusbloesems (drie drukken).

De financiële pijlers van de uitgeverij waren niet de literaire, maar politieke uitgaven. Met name Mein Kampf bracht de uitgeverij in een comfortabele positie. Andere politieke standaardwerken waren Bloed en mythe als levenswet van Keuchenius (drie drukken) en Hylkema's Ras en toekomst.

De auteurs van De Amsterdamsche Keurkamer waren afkomstig uit alle geledingen van rechts-Nederland: Algemeene Nederlandsche Fascisten Bond, Nationale Unie, Zwart Front, Verdinaso, NSB, Nationaal-Socialistische Nederlandsche Arbeiderspartij en Nederlandsche SS. Hoewel Kettmann te kennen had gegeven geen bijwagen van de NSB te zijn, speelde de beweging wel een belangrijke rol in het bestaan van de onderneming. Door veelvuldig in Volk en Vaderland te adverteren en een depot-overeenkomst aan te gaan met Nenasu, kon Kettmann het merendeel der NSB-Ieden en sympathisanten bereiken. Het conflict dat hij na de Misthoorn-affaire met Mussert kreeg en zijn vertrek naar het Oostfront deden de uitgeverij dan ook geen goed en droegen bij aan haar ondergang.

Na Dolle Dinsdag op 3 september 1944 vluchtte Kettmanns vrouw Margot Warnsinck met haar kinderen naar Duitsland en liet de uitgeverij voor wat die was. Daarbij kwam dat papierleverancier Van Gelder & Zonen faillissement had aangevraagd. Dat kon op het nippertje worden voorkomen door tussenkomst van het ss-Hauptamt in Berlijn, dat de gehele boeken voorraad opkocht om daarmee de Nederlandse arbeiders in Duitsland te bedienen. Dat leidde weliswaar tot vernietiging van het faillissement in december 1944, maar van uitgeven kwam niets meer.

Na de oorlog verdween Kettmann in de gevangenis, maar hij hoopte zijn onderneming na zijn vrijlating weer nieuw leven in te blazen. Die hoop werd de bodem geslagen toen zijn vrouw, die af wilde van de schuldenlast die De Amsterdamsche Keurkamer steeds plaagde, met een nieuw faillissement de zaken eens en voorgoed trachtte te regelen. Dat lukte en op 17 juli 1952 viel definitief het doek voor de oudste nationaal-socialistische uitgeverij.
(Uit: Zwaard van de geest: het bruine boek in Nederland 1921-1945 door Gerard Groeneveld)

Copyright © 2017 internetbedrijf Soldesign